Volledige én volwaardige werkgelegenheid, droom of werkelijkheid?
Hieronder enkele smaakmakers uit de publicatie “Volledige én volwaardige werkgelegenheid, droom of werkelijkheid?”
1. Volledige werkgelegenheid, droom of werkelijkheid
Volledige werkgelegenheid is geen evidentie op middellange termijn. De postcorona jobgroei heeft zich niet doorgezet en door de geopolitieke spanningen zou de werkzaamheid – zoals in de periode 2007-2016 – voor een langere periode kunnen stabiliseren. Met de huidige 77% blijft Vlaanderen vandaag nog ver van de 80% doelstelling.
Maar zelfs bij een sterkere groei van de werkgelegenheid blijft volledige werkgelegenheid voor kortgeschoolden een verre droom. Hun werkzaamheidsgraad fluctueert al jaren tussen 50 en 55%. Gezien de marktsector dit integratiedeficit ondanks de personeelskrapte niet opgelost krijgt, moet een versterkt beleid inzake opleiding, activering en sociale economie voor de nodige impulsen zorgen.
2. Over de toekomstige rol van lokale besturen in de arbeidsmarktbemiddeling
Kiest men voor samenwerking vanuit complementariteit of gaan we de weg op van een ADAB in Antwerpen, een GDAB in Gent, een BDAB in Brugge, .. waardoor de VDAB dreigt te belanden in een figurantenrol.
Om te vermijden dat we evolueren naar gemeentelijke of lokale bemiddelingsdiensten met elk hun eigen strategie, mag de VDAB onder druk van de besparingen niet op zichzelf terugplooien maar moet ze juist haar rol als regisseur versterken. In Nederland stapt men zelfs af van een decentraal model met een sterk versnipperd arbeidsmarktbeleid.
3. Over het activeringsbeleid
De invoering van een in duur beperkte werkloosheidsuitkering vergt tegelijkertijd grondige aanpassingen aan de architectuur van het activeringsbeleid zoals snellere opname in trajecten op maat voor werkzoekenden, meer plaatsen in de sociale economie en arbeidszorg, meer samenwerking tussen VDAB en partners, … Zonder die aanpassingen betreft het een zuivere besparingsoperatie die niet zal bijdragen tot een substantiële verhoging van de werkzaamheidsgraad en schiet de overheid in de eigen voet.
4. DINAMO 3: Duurzame INclusieve ArbeidsMarkt Organisatie
Met DINAMO 3 reiken we overheden en sociale partners een ordeningsmodel aan om de relatie tussen arbeid en andere levenssferen (onderwijs, gezondheid, duurzaamheid, gezin, ..) in kaart te brengen op het niveau van de samenleving, de arbeidsorganisatie en het individu. Zo kan men bij het nemen van arbeidsmarktmaatregelen de bredere maatschappelijke impact beter inschatten.
Toegepast op het re-integratiebeleid moet dit personen terug naar een haalbare en duurzame job gidsen, rekening houdend met hun fysieke en psychische mogelijkheden. Dit veronderstelt een sterke samenwerking tussen actoren in de gezondheidszorg en arbeidsmarktactoren.